Amara: Ik sprintte spiernaakt over het strand achter een weggewaaid papieren bekertje aan, maar besefte al snel dat Liv helemaal niet voor dat bekertje naast me rende. En tot mijn eigen verbazing genoot ik ervan om de hoofdattractie van haar middag te zijn.
Het papieren bekertje schoot langs mijn handdoek en ik sprong spiernaakt op om erachteraan te rennen, mijn boek op slag vergeten. Bij mijn allereerste stap ging ik op mijn eigen strandjurkje staan, raakte erin verstrikt en viel bijna languit in het zand. Ik wist me nog net los te trappen, waarbij het ding terug in de richting van mijn handdoek vloog. ‘Links!’ riep een vrouw vlakbij. Gehoorzaam zwenkte ik naar links, waarna ik bijna tegen het informatiebord van het strand botste. De mensen stonden al te lachen, terwijl dat verdomde bekertje rustig verder rolde naar zee.
Ik voelde de wind langs mijn huid, het zand dat onder mijn voeten wegstoof en hoe vrij mijn lichaam bewoog zonder badkleding. Normaal stond ik op ons naaktstrand nauwelijks stil bij hoe ik eruitzag. Maar toen kwam de onbekende vrouw naast me rennen, en ineens besefte ik weer dat ik spiernaakt voor een aantrekkelijke vrouw uit sprintte, die duidelijk volop van het schouwspel genoot. Het ergste? Ik genoot er zelf ook van. En ik wist niet helemaal zeker of ik nog wel zo’n haast had om dat bekertje te pakken.
Bij de waterlijn haalden we het eindelijk in. Ik bukte op precies hetzelfde moment als de onbekende vrouw en onze handen botsten boven het bekertje tegen elkaar. Een tel bleven we roerloos zitten, bijna met onze gezichten tegen elkaar, voordat we in lachen uitbarstten. ‘Volgens mij heeft het deze ontmoeting expres geregeld,’ zei ze. Ik raapte onze buit op en antwoordde: ‘Dan heeft het in elk geval een beter sociaal leven dan ik.’
Ze heette Liv. Ze stelde zich voor, nog altijd met een glimlach, en hielp me het natte zand van mijn hand te vegen. Toen we opstonden, betrapte ik haar op een vluchtige blik naar me en ging ik meteen wat rechter staan. Het was belachelijk. Ik had bijna twee uur op het strand doorgebracht zonder ook maar bij mijn naaktheid stil te staan, en nu vroeg ik me ineens af hoe ik er door haar ogen uitzag. Ik streek mijn haar goed, draaide me naar haar toe en betrapte mezelf erop dat ik veel te hard mijn best deed om nonchalant over te komen.
Liv merkte dat ik me plotseling geen houding meer wist te geven. ‘Waarom kijk je ineens zo ernstig?’ vroeg ze. Ik gaf eerlijk toe: ‘Volgens mij dringt het nu pas tot me door dat ik net spiernaakt voor je neus heb rondgerend.’ Ze lachte. ‘Hoezo, dacht je dat je een avondjurk aanhad?’ Ik gaf haar een duwtje tegen haar schouder, maar glimlachte alweer. ‘Het is alleen dat mensen me meestal niet zo aandachtig bekijken.’ Liv trok een wenkbrauw op. ‘Misschien moet je vaker achter weggewaaide bekertjes aan rennen.’
We gooiden het bekertje weg en liepen terug naar mijn handdoek. Liv kwam naast me zitten, met een keurige strook zand tussen ons in. Ik pakte mijn waterfles, nam een slok en bood haar de fles aan. Ze nam hem aan, maar in plaats van meteen te drinken keek ze me aan en zei: ‘Je hebt trouwens een heel indrukwekkende loopstijl.’ Ik proestte. ‘Je hoorde naar het bekertje te kijken.’ Liv liet een stilte vallen. ‘In het begin wel.’
Ik sloeg beide handen voor mijn gezicht. Ik schaamde me en was tegelijkertijd belachelijk blij. Vooral omdat ik daar zonder een draad aan mijn lijf naast haar zat, heel goed wist dat ze me bewonderde en voor het eerst sinds tijden totaal geen behoefte voelde om me te verbergen. ‘Praat je altijd zo tegen vrouwen die je net op het strand hebt ontmoet?’ vroeg ik tussen mijn vingers door. ‘Alleen tegen vrouwen die hun leven willen wagen voor wegwerpbekertjes.’ Ik liet mijn handen zakken en keek haar recht in de ogen. ‘Nou, dan heb je geluk. Ik ben behoorlijk goed in dingen kwijtraken.’
We praatten bijna een uur. Liv bleek ook dol op dit strand te zijn, al kwam ze meestal alleen. Ze vertelde een paar grappige verhalen over haar vrienden en ik deelde wat van mijn eigen strandblunders. Gaandeweg kwamen onze handdoeken een stuk dichter bij elkaar te liggen en ging de waterfles een paar keer heen en weer. Toen ik naar mijn boek greep, hield Liv het even tegen en vroeg: ‘Ga je nu echt alweer lezen?’
‘Ben je van plan me te blijven afleiden?’
‘Als je dat niet erg vindt.’
Ik keek naar haar, toen naar het bekertje dat nog altijd naast de prullenbak lag, en glimlachte.
‘Dan hoop ik dat er de volgende keer iets veel interessanters bij je wegwaait.’
Liv lachte en schoof wat dichter naar me toe. En ik bedacht dat ik het, misschien wel voor het eerst in mijn leven, helemaal niet erg zou vinden om nog wat meer dingen kwijt te raken op het strand.
Ik voelde de wind langs mijn huid, het zand dat onder mijn voeten wegstoof en hoe vrij mijn lichaam bewoog zonder badkleding. Normaal stond ik op ons naaktstrand nauwelijks stil bij hoe ik eruitzag. Maar toen kwam de onbekende vrouw naast me rennen, en ineens besefte ik weer dat ik spiernaakt voor een aantrekkelijke vrouw uit sprintte, die duidelijk volop van het schouwspel genoot. Het ergste? Ik genoot er zelf ook van. En ik wist niet helemaal zeker of ik nog wel zo’n haast had om dat bekertje te pakken.
Bij de waterlijn haalden we het eindelijk in. Ik bukte op precies hetzelfde moment als de onbekende vrouw en onze handen botsten boven het bekertje tegen elkaar. Een tel bleven we roerloos zitten, bijna met onze gezichten tegen elkaar, voordat we in lachen uitbarstten. ‘Volgens mij heeft het deze ontmoeting expres geregeld,’ zei ze. Ik raapte onze buit op en antwoordde: ‘Dan heeft het in elk geval een beter sociaal leven dan ik.’
Ze heette Liv. Ze stelde zich voor, nog altijd met een glimlach, en hielp me het natte zand van mijn hand te vegen. Toen we opstonden, betrapte ik haar op een vluchtige blik naar me en ging ik meteen wat rechter staan. Het was belachelijk. Ik had bijna twee uur op het strand doorgebracht zonder ook maar bij mijn naaktheid stil te staan, en nu vroeg ik me ineens af hoe ik er door haar ogen uitzag. Ik streek mijn haar goed, draaide me naar haar toe en betrapte mezelf erop dat ik veel te hard mijn best deed om nonchalant over te komen.
Liv merkte dat ik me plotseling geen houding meer wist te geven. ‘Waarom kijk je ineens zo ernstig?’ vroeg ze. Ik gaf eerlijk toe: ‘Volgens mij dringt het nu pas tot me door dat ik net spiernaakt voor je neus heb rondgerend.’ Ze lachte. ‘Hoezo, dacht je dat je een avondjurk aanhad?’ Ik gaf haar een duwtje tegen haar schouder, maar glimlachte alweer. ‘Het is alleen dat mensen me meestal niet zo aandachtig bekijken.’ Liv trok een wenkbrauw op. ‘Misschien moet je vaker achter weggewaaide bekertjes aan rennen.’
We gooiden het bekertje weg en liepen terug naar mijn handdoek. Liv kwam naast me zitten, met een keurige strook zand tussen ons in. Ik pakte mijn waterfles, nam een slok en bood haar de fles aan. Ze nam hem aan, maar in plaats van meteen te drinken keek ze me aan en zei: ‘Je hebt trouwens een heel indrukwekkende loopstijl.’ Ik proestte. ‘Je hoorde naar het bekertje te kijken.’ Liv liet een stilte vallen. ‘In het begin wel.’
Ik sloeg beide handen voor mijn gezicht. Ik schaamde me en was tegelijkertijd belachelijk blij. Vooral omdat ik daar zonder een draad aan mijn lijf naast haar zat, heel goed wist dat ze me bewonderde en voor het eerst sinds tijden totaal geen behoefte voelde om me te verbergen. ‘Praat je altijd zo tegen vrouwen die je net op het strand hebt ontmoet?’ vroeg ik tussen mijn vingers door. ‘Alleen tegen vrouwen die hun leven willen wagen voor wegwerpbekertjes.’ Ik liet mijn handen zakken en keek haar recht in de ogen. ‘Nou, dan heb je geluk. Ik ben behoorlijk goed in dingen kwijtraken.’
We praatten bijna een uur. Liv bleek ook dol op dit strand te zijn, al kwam ze meestal alleen. Ze vertelde een paar grappige verhalen over haar vrienden en ik deelde wat van mijn eigen strandblunders. Gaandeweg kwamen onze handdoeken een stuk dichter bij elkaar te liggen en ging de waterfles een paar keer heen en weer. Toen ik naar mijn boek greep, hield Liv het even tegen en vroeg: ‘Ga je nu echt alweer lezen?’
‘Ben je van plan me te blijven afleiden?’
‘Als je dat niet erg vindt.’
Ik keek naar haar, toen naar het bekertje dat nog altijd naast de prullenbak lag, en glimlachte.
‘Dan hoop ik dat er de volgende keer iets veel interessanters bij je wegwaait.’
Liv lachte en schoof wat dichter naar me toe. En ik bedacht dat ik het, misschien wel voor het eerst in mijn leven, helemaal niet erg zou vinden om nog wat meer dingen kwijt te raken op het strand.
Bekijk de RudeFly-videopreview
Je hebt een deel van het verhaal gelezen. Bekijk nu waar RudeFly echt om draait.
▶ BEKIJK GRATIS PREVIEW
Geen registratie nodig
Wil je verder lezen?
Maak een gratis account →